Algemeen
Organisatie
Diversen
Activiteiten
Ouders
Ouderraad
M.R.
Plannen


Pesten en Plagen

Een belangrijk thema voor het sfeerproject zal zijn ‘pesten en plagen’. Wat is pesten en wat is plagen en waar liggen de grenzen? Kinderen kunnen erg lijden onder pesten: gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, slechtere schoolresultaten, depressiviteit of zelfs dood willen, kunnen gevolgen van pesten zijn. Gepeste kinderen dragen deze gevolgen soms levenslang met zich mee. Leerkrachten merken vaak niet dat er gepest wordt in hun klas. Het is lastig om pesten te signaleren en als het gesignaleerd wordt, blijkt het lastig te zijn om er op een goede manier op te reageren.

 

”Treiterkop! je beseft niet goed,

wat je die ander aandoet.

Ach kleintje,

’t is maar een geintje.”

 

Het rijmpje geeft al aan dat het ook gaat om het zoeken van de grens tussen plagen en pesten, al is die grens niet altijd duidelijk vast te stellen en niet voor iedereen hetzelfde.

De rol van de pester: de bink die zich stoer voelt, die populair is bij de meelopers, die geniet van de heftige reactie van de gepeste.

En de rol van de gepeste: de underdog, de zondebok, de pispaal die door zijn reageren op het pesten het ‘leuk’ maakt voor de pester.

Het is makkelijker je aan te sluiten bij de pester, dan op te komen voor de gepeste. Je maakt dan wel een laffe keuze. Het is moediger op te komen voor de gepeste, dat getuigt van lef.

 

Posters van de anti-pesten campagne (Stichting tegen zinloos geweld).

Voor iedere maand van het jaar, is er een poster die in de klas opgehangen kan worden. Op elke poster staat een aansprekende en herkenbare boodschap van een kind. Vanuit het perspectief van de pester, de meeloper of het gepeste kind. Zij vertellen vanuit hun eigen beleving over gevoelens met betrekking tot een aan pesten gerelateerd onderwerp, zoals bijv. uitlachen, buitensluiten, eerlijk zijn. Maar elke poster draagt ook meteen een gedragsalternatief aan. D posters worden gebruikt in de groepen 1 t/m 8.

De docentenkalender is een ondersteuning (handleiding) bij de campagne met o.a psychologisch onderbouwde gesprekstechnieken voor de leraar. D.m.v. concrete handvatten en tips word de docent stap voor stap  meegenomen in een gesprek met een gepest kind, een pester, of een meeloper. Deze technieken zijn gekoppeld aan het thema van de poster.

De randvoorwaarden voor het welslagen van deze campagne kun je steeds terugvinden bij de ‘Gouden Richtlijnen’ Verder biedt de kalender achtergrondinformatie en projecttips.

 

 

 

 

 


 

Pestprotocol o.b.s De Uilenburcht

( versie def.  Oktober 2010)

Aanleiding en acceptatie van dit protocol.

 

“Overal waar mensen samen wonen en met elkaar om moeten gaan is niets menselijks vreemd”.

 

Tussen mensen gebeuren heel veel leuke en goede dingen, maar soms is er ook ongewenst gedrag. Pesten is zo’n gedragsvorm. Pesten zien we dus overal in de samenleving terug en zeker als grotere groepen mensen bijeen zijn.

Op De Uilenburcht, waar kinderen leren samenwerken en uitgroeien tot zelfstandige individuen nemen wij dit soort negatief gedrag ook serieus. Dat doen we al jaren en feitelijk kan onze school alleen goed functioneren als we dit serieus nemen.

Op tal van manieren besteden wij hier rekening aan en laten wij merken dat wij het niet accepteren als iemand wordt gepest. Om dit nu ook te borgen hebben wij dit pestprotocol opgesteld.

Voor ons is van belang dat ook ouders dit serieus nemen.

De redenen waarom en wanneer kinderen pesten of worden gepest liggen lang niet altijd bij de situatie op school, maar ook  elders ( thuis bijvoorbeeld). Dit houdt in dat dit protocol slechts gehanteerd kan worden als iedereen dit onderschrijft.

Als ouders op school komen vertellen dat hun kind is gepest, hoeft dat niet altijd zo te zijn. Ook dat moeten ouders accepteren. Het is dus van belang om goede en heldere afspraken met elkaar te maken.

Team met ouders

Team met leerlingen

Ouders met ouders

 

De basis moet zijn vertrouwen in het handelen van een ieder.

 

Wij willen u dan ook vragen om schriftelijk kenbaar te maken dat u akkoord gaat met de in dit protocol genoemde maatregelen en de daarbij horende afspraken. Met die ouders die dit ondertekenen hebben we vanaf dat moment een heldere afspraak. U spreekt ons aan en wij spreken u aan.

 

Ouders/ verzorgers van:…………………………………………………………………………………………………..

 

Hierbij ga ik akkoord en zal ik ook handelen naar de genoemde afspraken, die in dit protocol staan beschreven.

Handtekening ouder

-----------------------

 

 

 

Plagen en pesten

Plagen en pesten zijn niet hetzelfde. Niet alle leraren,kinderen en ouders kunnen het onderscheid even goed herkennen. Hierdoor wordt pesten nogal eens ten onrechte voor plagen aangezien. Bij plagen zijn beide partijen (vrijwel) aan elkaar gelijk, en is de situatie één op één. De ene keer doet de een wat, de andere keer de ander. Het kan gebeuren dat het niet prettig gevonden wordt, en er kan zelfs ruzie van komen, maar zelfs dan geven beide partijen goed partij.

Plagen kan ook een goedaardig karakter hebben, waarbij beide partijen erom kunnen lachen. Een sprekend en typisch Nederlands voorbeeld is het Sinterklaasgedicht.

Pesten is structureel anders. In tegenstelling tot bij plagen is er hier geen gelijkwaardigheid meer. De pesterijen gebeuren (vaak) niet één op één, maar met een hele groep tegen één (soms twee of drie, maar altijd een minderheid). De gepeste kan zich niet verweren, en is altijd de sigaar. Vaak durft of kan hij niet terugslaan, of is hierin niet doeltreffend. Plagen houdt na verloop van tijd op, terwijl pesten vaak voortdurend doorgaat.

Zelfs kleine grapjes hoeven niet per se plagen te zijn. Als het grapje tot vervelens toe herhaald wordt en de ander zich niet kan verweren, dan is er ook al sprake van een (lichte) vorm van pesten.

Het aanhouden van pesten, gedurende meerdere jaren, kan psychische klachten veroorzaken. Deze klachten kunnen langdurig van aard zijn. Vaak is de pester van jonge leeftijd zich hier niet van bewust. Voorbeelden van deze klachten zijn: minderwaardigheidscomplex, faalangst, grote mate van onzekerheid op allerlei gebied, aanpassingsproblemen en vereenzaming.

De slachtoffers

Vaak wordt qua gedrag, kleding, sociale vaardigheid of in andere opzichten afwijken van de groep als aanleiding gezien voor pesten. Deze bewering is echter niet alleen onwaar, maar ook uiterst kwetsend voor slachtoffers. Iedereen kan immers het slachtoffer worden van pesten. Onderscheid is immers makkelijk te maken (iedereen is anders), en dit wordt vaak achteraf als reden opgegeven. Wel kan het eerder voorkomen bij nieuwelingen in een klas, of wanneer een geheel nieuwe klas wordt gevormd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen passieve en provocerende slachtoffers. De passieve slachtoffers kenmerken zich door angstig, onzeker gedrag en een negatief zelfbeeld. De provocerende slachtoffers zijn angstig maar uiten dit agressief. Ze slaan of zeggen iets terug maar zijn hierin niet doeltreffend. Dit is ook erg lastig, aangezien vaak de hele groep actief of passief tegen het slachtoffer is of lijkt te zijn. Voortdurende treiterijen zijn bovendien zeer destructief voor het zelfvertrouwen. Zo wordt een vicieuze cirkel geboren: de gepeste kan of durft zich niet verweren hetgeen de pester aanmoedigt door te gaan. Het is daarom belangrijk niet alleen de pester aan te spreken op zijn gedrag, maar ook aandacht te schenken aan het bevorderen van het zelfvertrouwen van het slachtoffer.

De daders / pesters

De pesters hebben vaak verschillende motieven om tot pesten over te gaan. Soms is dit pure verveling. In andere gevallen kan het een frustratie zijn die ze willen afreageren, of jaloezie, ook kan opscheppen leiden tot pesten bijv. als het mens dat gekweld wordt door het opscheppen en "hapt". Een (zeer sprekend) voorbeeld hiervan is het pesten van de beste leerling van de klas door jaloerse klasgenoten. Soms is de dader vroeger zelf gepest of bang gepest te worden, en probeert hij door iemand anders te pesten de aandacht van andere potentiële pesters af te leiden van zichzelf. Iemand kan ook denken de populairste leerling van de klas te zijn door zich aan de slachtoffers "op te trekken". Meestal pesten ze alleen als ze in een groep zijn, of voldoende (passieve) medestanders hebben. De meeste daders durven niets te ondernemen als ze zich onvoldoende gesteund voelen. Dit leidt tot een patroon van daadwerkelijke daders en meelopers: de mensen die de daders aanmoedigen en verbaal steunen. De meelopers zijn meestal zelf bang voor de pester, maar laten hem meestal vallen als hij zelf gezichtsverlies lijdt.

Op school

Onderzoek heeft aangetoond dat pesten het meeste voorkomt op grote scholen met grote klassen waar het contact met de docent afstandelijk is, en waar weinig wordt gedaan om de onderlinge sfeer te verbeteren. Ook werken veel docenten passief aan pesten mee, door hier de ogen voor te sluiten omdat ze bang zijn de klas niet in de hand te kunnen houden. Het komt zelfs voor dat juist de gepeste straf krijgt als hij terugslaat of iets terugzegt, omdat de docent hem wel en de pesters niet aan durft te pakken en zo zijn 'gezag' toch hoopt te kunnen blijven vestigen. Een enkele keer, zet zelfs een leraar aan tot pesten, door zelf ook iemand regelmatig flink op de hak te nemen. Ook komt het voor dat de docent zelf (meestal verbaal) wordt gepest door de leerlingen, en zijn eigen beroep een hel voor hem wordt. Een passieve houding van de docent of de school zal door de daders echter als een vrijbrief worden opgevat, en het pesten verergeren!

Bekende vormen van pestgedrag zijn:

  • Het slachtoffer doodzwijgen;
  • Over het slachtoffer roddelen of hem publiek voor schut zetten;
  • Het slachtoffer in de les voortdurend afleiden. Vaak komt het ook voor dat het slachtoffer, wanneer hij iets terugzegt of terugslaat, van de leraar straf krijgt. Dit tot groot vermaak van de daders;
  • Fysieke intimidatie;
  • Verbale intimidatie;
  • Afpersing;
  • Beschadiging, vernieling of kwijtmaken van eigendommen van het slachtoffer;
  • 'Grapjes' met het slachtoffer uithalen, zoals een muis in de broodtrommel stoppen of een scheetkussen op de stoel leggen;
  • Voortdurend kritiek op het slachtoffer uitoefenen;
  • Cyberpesten.

Wanneer docenten of ouders merken dat een leerling wordt gepest, zal er actie moeten worden ondernomen. Veel middelbare scholen hebben programma's tegen pesten. Hierbij worden ouders, leraren, daders en slachtoffers betrokken, want pesten is een groepsgebeuren. Kenmerkend is dat een eenmalige projectweek geen of weinig effect zal sorteren, tenzij er sprake is van een duurzame bewustwording bij meerdere betrokkenen. In sommige gevallen is slechts een andere klas of een andere school een oplossing. Ook kan het soms helpen de daders (dus niet de meelopers), die meestal maar 1 of 2 personen zijn, over te plaatsen naar een andere (combinatie) klas.

Zinvol is het wanneer klas en docent samen spelregels opstellen: wat is prettig voor iedereen? wat doen we als klas niet? En deze regels regelmatig gezamenlijk evalueren. Ook kunnen sociaal zwakkere leerlingen geholpen worden door een trainingsprogramma waarin hun geleerd wordt hun eigen gedrag te herkennen en te verbeteren.

 

 

VOORWAARDEN

         Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders)

         De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

         Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen

         Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

         Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

         Er is voor de school een vertrouwenspersoon aangesteld. Deze persoon verdiept zich in de problematiek van het pesten d.m.v. cursussen en het lezen van artikelen.

 

 

HOE WILLEN WIJ DAAR MEE OMGAAN?

Op school wordt dit  onderwerp geregeld aan de orde gesteld o.a. in de kring. Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.

Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals; spreekbeurten, rollenspellen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten. Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.

 

regel 1:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de groep 1 leren we de kinderen:

Je mag niet klikken, maar............................ als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt je er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

 

regel 2:

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

 

regel 3:

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Ouders, leerkrachten en directie lossen het probleem in overleg op.

 

REGELS DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:

1.        Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig zou vinden

2.       Kom niet aan een ander, als de ander dat niet wil

3.       We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden

4.       Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander).
Probeer eerst samen te praten.

5.       Niet: zomaar klikken. Wel: aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je
niet prettig of gevaarlijk vindt.

6.       Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.

7.       Blijft de pester doorgaan, dan aan de meester of juf vertellen.
Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten !

8.       Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.

9.       Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.

10.    Niet aan spullen van een ander zitten

11.     Luisteren naar elkaar

12.    Iemand niet op het uiterlijk beoordelen of beoordeeld worden

13.    Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op school.

14.    Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.

15.    Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten maken we weer een nieuwe start.

 

Deze regels gelden op school en daarbuiten en hangen op een goed zichtbare plaats in de klas.

Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht.

Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels.

 

AANPAK VAN DE RUZIES EN PESTGEDRAG:

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

 

stap 1:

Er eerst zelf ( en samen) uit te komen.

 

stap 2:

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).

 

stap 3:

Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties).

Ook wordt de naam van de ruziemaker/ pester op de "Dit-kan-niet" formulier genoteerd. Bij iedere melding, omschrijft de leerkracht 'de toedracht'. Bij de derde melding op het formulier worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

 

CONSEQUENTIES

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:

In zo'n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest

(of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden)

En vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste. De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.

De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn / haar gedrag:

 

fase 1:

-Time-out op een vast afgesproken plaats

-Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn

Een schriftelijke opdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem

-Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt

-Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

 

fase 2:

-Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd op de 'Dit-kan-niet' formulier in de zorgmap en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.(b.v. met een pestprogramma en/of een pestcontract)

 

fase 3:

Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Onderwijsbegeleidingsdienst, de GGD of schoolmaatschappelijk werk.

 

fase 4:

Leerling wordt voor enkele dagen geschorst.

 

fase 5:

In extreme gevallen kan een leerling verwijderd worden.

 

Van alle fases dient een goede schriftelijke verslaglegging bijgehouden te worden, die in de zorgmap terug te vinden is. We gebruiken hiervoor het "Dit kan niet"-formulier

 




BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:

 

        Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest

        Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten

        Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil

        uitlokken. De leerling in laten zien datje op een andere manier kunt reageren.

        Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen

        Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.

        Nagaan welke oplossing het kind zelf wil

        Sterke kanten van de leerling benadrukken

        Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt

        Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)

        Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of 'ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen'. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

 

BEGELEIDING VAN DE PESTER:

N.B. : Dit is even belangrijk als de begeleiding van de gepeste leerling.

        Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken!, pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling). Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.

        Excuses aan laten bieden

        In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft

        Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest — belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.

        Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de stop-eerst-nadenken-houding' of een andere manier van gedrag aanleren.

        Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van    het pesten? Geven van tips voor thuis.

        Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

        Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

·         Een problematische thuissituatie

·           Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)

·         Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt

·         Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan

·         Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt

 

ADVIEZEN AAN DE OUDERS VAN ONZE SCHOOL

 

Ouders van gepeste kinderen:

·          Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.

·          Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de

           pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

·          Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

·          Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelf respect vergroot worden of weer terug komen.

·          Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

·          Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

·           

Ouders van pesters:

·          Neem het probleem van uw kind serieus.

·          Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.

·          Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

·          Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

·          Besteed extra aandacht aan uw kind.

·          Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

·          Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

·          Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

 

Alle andere ouders:

·          Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

·          Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan. Corrigeer uw kind

           bij  ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

 

·          Geef zelf het goede voorbeeld.

·          Leer uw kind voor anderen op te komen.

·          Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

 

Leerkrachten en ouders uit de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit pestprotocol.

 

 Beerta,  maart 2010
"DIT KAN NIET" OBS `De Uilenburcht'   FORMULIER 
VAN .................................................................................................................................................................................

Fase 1 (verantwoordelijkheid leerkracht + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Time out

 

 

 

Nablijven en schriftelijke opdracht

 

 

 

Melding naar ouders

 

 

 

Gesprek bewustwording

 

 

 

Afspraken gedragsverandering (pestcontract)

 

Fase 2 (verantwoordelijkheid leerkracht, directie, vertrouwenspersoon + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Gesprek met ouders op school (Verslag leggen. Afschrift naar ouders)

 

Fase 3 (verantwoordelijkheid vertrouwenspersoon + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Contact met

 

 

Fase 4 (verantwoordelijkheid directie, leerkracht + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Schorsing

 

 

Fase 5 (verantwoordelijkheid directie, bestuur + ouders)

Datum

Signaal

 

 

 

Verwijdering

 

 

 

 

                                       “samen maak je de school”

Met vriendelijke groet,

De Uilenburcht

 

 

 

Ondersteunende informatie is te vinden op de websites:

 

Pesten.net

 

KidsTegenGeweld

 

Pestweb

 

Help Katman Help !